Overdenking uit de Bijbel

“En God zag hoe de Israëlieten leden en trok zich hun lot aan.”  Exodus 2:25

De uittocht van de Israëlieten uit Egypte is één van de belangrijkste verhalen van de Bijbel:  het toont bij uitstek de macht van God om mensen te redden.  Het is ook een verhaal dat laat zien hoe God met mensen omgaat. 

In de eerste plaats is het opmerkelijk te lezen over het medelijden van God.  De Israëlieten werden in Egypte lange tijd onderdrukt.  Zij waren in Egypte enkele eeuwen eerder terechtgekomen door een van hun stamvaders,  Jozef,  die zijn familie uitgenodigd had om te ontkomen aan de hongersnood die het land Kanaän teisterde.  Jozef had in Egypte graanvoorraden laten aanleggen en uit dankbaarheid had de koning, de Farao, Jacob en zijn familie in Egypte toegelaten.  Maar een latere koning zag de ‘Hebreeën’ als indringers en was begonnen met een campagne om te beletten dat hun aantal nog zou toenemen.  Het begon met dwangarbeid,  maar uiteindelijk liep het uit op een poging de Israëlieten uit te roeien:  de koning gaf opdracht dat alle Hebreeuwse jongens in de Nijl geworpen moesten worden.  

Het boek Exodus vertelt het verhaal van Mozes,  een Hebreeuws kind dat op een wonderlijke manier voor dit lot gespaard bleef,  en als volwassene een poging deed om de Israëlieten te helpen.  De poging mislukte en Mozes moest vluchten.  De toestand van de Israëlieten leek hopelozer dan ooit.  Maar dan lezen we:   “Jaren gingen voorbij,  en de koning van Egypte stierf.  Maar de Israëlieten gingen nog altijd onder dwangarbeid gebukt.  Ze klaagden luid en hun hulpgeroep steeg op tot God.  God hoorde hun jammerkreten en dacht aan het verbond dat hij met Abraham, Izaak en Jacob gesloten had.” (Ex. 2:23-24).  God is niet doof voor het verdriet van mensen die lijden.  Dat Hij niet altijd onmiddellijk redding stuurt,  betekent zeker niet dat Hij niet begaan is met de nood van mensen. 

In de tweede plaats is er de trouw van God.   Belangrijk is de verwijzing naar het verbond:  God was een bondgenootschap aangegaan met de voorouders van Israël.  Hij wilde hun God zijn,  en zij moesten zijn volk zijn.  Dit verbond hadden de Israëlieten niet meer trouw nageleefd,  maar God van zijn kant was de belofte niet vergeten.  God was trouw en Hij wilde hen niet prijsgeven.  Dit is ook voor vandaag van betekenis:  we lezen in het verhaal van Abraham dat God een belofte heeft gedaan voor alle volken.  God wil zijn zegen uiteindelijk aan alle volken schenken.  Hoe God dit gedaan heeft, zien we in het Nieuwe Testament waar we lezen over Jezus,  die zijn leven gaf voor de redding van alle mensen.  En dit betekent dat God vandaag ook zeker het hulpgeroep hoort van mensen waar ook ter wereld die lijden onder zwaar onrecht en verdrukking. 

In de derde plaats is het bijzonder hoe God zich aan de Israëlieten bekend maakt,   als een heilige maar ook genadige God.  Hij doet dit door Mozes te sturen,  die moet optreden als profeet en als leider.  God openbaart zich op een heel indrukwekkende manier aan Mozes:  midden in vuur dat brandde in een braamstruik zonder de struik te verbranden.  Met het vuur toonde God zijn heiligheid maar door de struik niet te verbranden tegelijk zijn genade:  Hij wilde het volk Israël redden.  Dat blijkt ook uit de naam die Hij bekendmaakt:  ‘Ik ben die Ik ben’,  dat wil zeggen,  Ik alleen bepaal wie Ik ben,  Ik verander niet,  Ik blijf mijn beloften trouw.  Israel mag vertrouwen op God dat Hij hen zal redden.

Gods heiligheid én genade is in het Nieuwe Testament opnieuw bekendgemaakt,  maar nu niet alleen op een symbolische manier.  Het oordeel dat God in zijn heiligheid over de zonde van de wereld  moet vellen,  is op Jezus neergekomen toen Hij stierf aan het kruis.  Dit kruis betekent daardoor ook genade voor alle mensen:  Jezus heeft het oordeel in onze plaats gedragen en wie in Hem gelooft,  mag vergeving ontvangen van al zijn zonden.  Door Jezus maakt God bekend wie Hij ten diepste is:  de God die liefde is,  die zijn genade schenkt aan deze wereld.

Tenslotte komt in het verhaal van Exodus de macht van God tot uiting,  met als hoogtepunt de redding van de Israëlieten door het opengaan van de zee.  God laat hiermee zijn macht zien over de dood,  gesymboliseerd door de zee en het leger van Farao dat de Israëlieten achtervolgde.   De Israëlieten gingen dwars door de zee,  in de nacht,  terwijl het water links en rechts van hen een muur vormde,  en werden zo definitief van de macht van Farao bevrijd.  Het is een bijna onvoorstelbare gebeurtenis waaraan in het Oude Testament steeds opnieuw herinnerd wordt.  Maar ook deze gebeurtenis kent zijn vervulling in het Nieuwe Testament in de opstanding van Jezus,  die werkelijk de macht van de dood doorbreekt.  Zijn opstanding betekent dat wie in Hem gelooft,  werkelijk eeuwig leven bij God mag kennen. 

In deze weken voor Pasen is het heel waardevol na te denken over het boek Exodus:  door opnieuw te zien hoe God zich bekendmaakt aan het volk Israël kunnen we ook een nieuw besef krijgen van wat Jezus voor ons heeft gedaan.  We mogen opnieuw onder de indruk komen van Gods liefde en zijn macht en net als de Israëlieten werkelijk vol vreugde zijn over de redding die God ons heeft gegeven.